Hierbij een klein overzicht van de actuele stand van zaken aan het eind van 2025. De kostprijs van Chinese zonnepalen ligt op ongeveer 15 cent per Wattpiek. Maar ze bieden ze op de markt aan voor 10 cent. De Chinese overheid dekt het verschil. Een paneel van 500 Wattpiek kost dus 75 euro om te maken en wordt aangeboden voor 50 euro. In Europa geproduceerd ligt de kostprijs voor dezelfde standaardpanelen tussen de 25 en 30 cent per Wp. Dit prijst deze panelen dus finaal uit de markt.

Een bedrijf dat alles nog moet opzetten en dat, zoals Solarge, met nieuwe technieken zijn weg moet zoeken, komt aanvankelijk qua kostprijs nog wat hoger uit dan de Europese standaardpanelen, en komt dus moeilijk door die aanloopfase heen. Grote financiers – denk aan investeringsbedrijven of pensioenfondsen – willen misschien wel investeren, maar pas nadat die aanloop met succes is doorgekomen.

In Europa staat de hele zonnepanelenproductieketen er zeer zwak voor. In de keten wordt de grondstof silicium (die in principe ruim voorhanden is) eerst chemisch bewerkt tot metallurgisch silicium en daarna tot polysilicium, waarvan dan zogenaamde ‘ingots’ (staven) gemaakt worden, waar de ‘wafers’ (dunne schijfjes) uit gesneden worden. Dat zijn dan de zonnecellen die op een paneel allemaal met elkaar verbonden worden (wat een heel secuur karwei is).

Er zijn in Europa geen ingot- en waferpartijen meer (het basismateriaal komt vrijwel altijd uit China); er is slechts één bedrijf dat polysilicium produceert; er zijn nog maar een of twee cellenbedrijven, en tenslotte is er slechts een handvol moduleleveranciers (zoals Solarge). Je kunt, zoals je vaak hoort, wel zeggen dat de strijd om de standaardpanelen verloren is aan China, maar dan vergeet je voor het gemak dat de polysiliciumproductie ook nodig is voor chips en nieuwe batterijtechnologie (met anodes die sneller en vaker kunnen laden).

Invest-NL, dat bedrijven steun zou moeten verlenen, interpreteert Draghi onjuist door een sluitende businesscase te eisen in plaats van een industriepolitiek te bedrijven die Nederland/Europa in de toekomst onafhankelijker maakt. (Nederland is in Europa het braafste jongetje uit de klas dat bedrijfssteun uit den boze vindt.) Dan komen bedrijven niet door de aanloopfase heen. Draghi zegt over de zogenaamde ‘clean tech’ inderdaad dat het helpen bij standaardpanelenproductie niet zinvol is, maar vindt (misschien te impliciet) dat bijzondere panelen wel een andere behandeling verdienen.

Voor Invest-NL was dit kennelijk te impliciet want die zeggen ook bij dit soort start-ups: 1) wij mogen niet aan industriepolitiek doen en 2) wij mogen alleen maar naar de business-case kijken. Tja, die is bij jonge bedrijven die het verdienen gesteund te worden omdat ze toekomst hebben (bijna per definitie) niet geweldig. Dat van die ‘industriepolitiek is verboden’ is een typisch Nederlandse invulling. Frankrijk en Italië komen er wel weg met zulke politiek. Het zijn nota bene de provincies die nu het voortouw nemen!

Wel is er beweging in de visie op complete productieketens die Europa zou moeten opbouwen. Denk behalve aan bijzondere nieuwsoortige zonnepanelen aan batterijen en chips. Daarvoor moeten de zware Europese regels rond staatssteun wel eerst versoepeld worden. Deze zaak valt verder buiten het bestek van dit artikel, dus constateer ik slechts dat de recyclebare panelen dus eigenlijk wel gesteund zouden moeten worden, net als dat er een Europese keten voor de productie van polysilicium zou moeten komen (waarmee veel meer geld gemoeid is dan wat een bedrijf als Solarge economisch weerbaar zou maken). En dat het er op den duur misschien ook wel van gaat komen, maar met pijn.