Het begrip levensgemeenschap komt doorlopend aan de orde is de tweede serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’ (aflevering 31-57). Een verzameling samenlevende planten en dieren (in de tuin, of waar dan ook) wordt een levensgemeenschapgenoemd. (De combinatie van een levensgemeenschap en zijn niet-levende milieu wordt een ecosysteem genoemd.) Levensgemeenschappen bestaan dus uit een verscheidenheid aan soorten. In een levensgemeenschap vinden veel wisselwerkingen plaats, juist ook wisselwerkingen tussen individuen van verschillende soorten. De vraag is: “Wie eet wie, en wie planten zich met elkaar voort?” Groene planten zijn onmisbaar voor alle levensgemeenschappen, want ze leveren het voedsel, waar alle andere organismen tenslotte van afhankelijk zijn. In een levensgemeenschap vallen de planten het meeste op. Daarna ziet men de dieren die de planten eten en dan pas de roofdieren en dergelijke. Zie in dit verband ook voedselniveaus.

Al met al kunnen we ons een levensgemeenschap dus voorstellen als een verzameling van planten- en diersoorten, waarvan de verscheidenheid en aantallen afhangen van de fysische kenmerken en het klimaat van het gebied waarin de levensgemeenschap is gevestigd. Elk individu en elke soort is tot op zekere hoogte afhankelijk van de grondstoffen waarvan andere soorten hem voorzien. De zaak wordt samengevat in aflevering 57.

Een specifiek geval is het allerbovenste microlaagje van de zee (slechts een fractie van een millimeter dik) dat een heel eigen milieu vormt, dat fysisch, chemisch en biologisch verschilt van alles wat dieper zit. Deze huid van de oceaan is een flinterdun ‘filmpje’ van mucopolysacharide-gel dat een ingewikkeld stelsel levensgemeenschappen van bacteriën en nanoplankton bijeenhoudt in een driedimensionale matrix met lipiden en oppervlakte-actieve stoffen. We vinden hier een specifieke categorie van microscopisch kleine zeeplantjes en -diertjes, maar ook allerhande vervuiling. Zie huid van de oceaan.

Zie ook Crist, Eileen over oecumene.