Het uitgangspunt bij het vaststellen van grenswaarden is altijd de chemische stof op zich, nooit het mengsel waar wij in de praktijk mee te maken hebben. Die grenswaarden worden goedgekeurd onder lab-omstandigheden. En dat maakt verschil. Bodemonderzoeker professor Violette Geissen (WUR) zegt: ‘Onze bodem is gevuld met een verontrustende cocktail van vele stoffen. We weten vaak niet precies welke concentraties daarvan schadelijk zijn voor mens en dier, of wat ze doen met de gezondheid van de bodem. Sterker nog: we weten niet eens precies hoeveel er in de bodem en de lucht zit, of wat zich in het ecosysteem ophoopt. Want de meeste stoffen worden niet gemonitord.’ Je moet volgens haar in de praktijk gaan kijken. Bijvoorbeeld: ‘Stoffen worden bij een stijgende temperatuur nog iets giftiger en als de diversiteit in de bodemleven afneemt en het tegelijk warmer wordt zodat de grond uitdroogt, heeft diezelfde grond steeds minder weerstand tegen andere verstoringen zoals chemische vervuiling. Al met al zijn we de weerstand van de planeet flink aan het verslechteren. We leven in een papieren schijnwereld, waar alles perfect is en elke norm altijd gehaald wordt. Maar in de echte wereld kijken we nauwelijks.’
Er is sprake van een ‘gifcrisis’, of zoals de Verenigde Naties bij monde van de Unep het noemen: een derde planetaire crisis na die van klimaat en biodiversiteit. Meer hierover staat in aflevering 27, 28 en 29 van het artikel ‘Ontwrichtend gif – de derde mondiale crisis’ in de rubriek Ontwrichting.
Geissen: ‘Normen houden er ook geen rekening mee dat pesticiden zich verspreiden via de lucht. Dat gaat onder andere via verdamping. Er is onderzoek gedaan in een gebied met bloembollenteelt: daaruit bleek dat het hele groeiseizoen permanent pesticiden in de lucht te meten waren. In datzelfde onderzoek zijn bij bewoners urinemonsters afgenomen en is huisstof onderzocht. Ook daar zaten pesticiden in. Ook hechten deeltjes zich aan fijnstof dat vrijkomt bij het bewerken van het land. Op die manier verspreiden pesticiden zich over een groot gebied. Bij een onderzoek in Duitsland uit 2018 zijn op 116 plekken luchtmonsters genomen, verspreid over het land. Ze vonden bijna overal resten, van wel 124 bestrijdingsmiddelen.’
‘De overheid zegt tegen haar burgers: voedsel is veilig, er worden alleen middelen toegepast die niet schadelijk zijn. Maar voor veel middelen is dat nooit onomstotelijk bewezen. Er zijn tweeduizend bestrijdingsmiddelen op de markt, met vijfhonderd werkzame substanties. Collega’s van mij hebben er 289 bekeken. Van slechts 50 staat vast dat ze onschadelijk zijn. Van de andere 239 is dat omstreden, of niet honderd procent zeker. Als je het voorzorgsprincipe hanteert, zou je deze middelen niet toelaten. Wie een nieuwe auto op de markt brengt, moet bewijzen dat de remmen honderd procent in orde zijn. Bij pesticiden geldt dat ze bij twijfel toch verkocht mogen worden.’
Zie voor wat er in het artikel allemaal nog meer aan de orde komt gif, inhoud van Ontwrichtend gif.