Charles A.S. Hall en Timothy McWhirter schrijven in aflevering 2 van hun artikel ‘Het principe van maximaal vermogen in de evolutie, ecologie en economie’ in de rubriek Ecologie dat Alfred Lotka stelde dat organismen die meer energie vergaren en verbruiken dan hun concurrenten over een selectievoordeel beschikken in het evolutionaire proces. Met andere woorden, het Darwinistische idee van evolutie stoelde volgens Lotka op een fundamenteel, gegeneraliseerd energieprincipe. Hij breidde dit algemene principe uit van de energetica van een enkel organisme of een enkele soort, naar de energetica van gehele energiebanen zoals die door ecosystemen lopen.
In 1983 definieerde Odum dit ‘principe van maximaal vermogen’ als volgt: ‘Tijdens hun zelforganisatie krijgen die systeemontwerpen de overhand die zowel hun vermogensinname en energietransformatie maximaliseren als dat gebruik dat hun productie en efficiëntie versterkt.’ Zijn hypothese werd in experimenten getest en werkzaam bevonden. Er waren ook varianten en uitbreidingen van deze hypothese. Lees er ook bij Alpha Lo over in aflevering 4 en 5, onder andere in verband met successie net een vestigingsfase en een onderhoudsfase.
Hall en McWhirter stellen dat de toepassing van dit principe op menselijke sociale systemen heeft geleid tot een grondige kritiek op het neoklassieke economisch denken en tot de opkomst van een nieuwe benadering die de biofysische economische theorie wordt genoemd. Deze nieuwe visie kan ons helpen bij het maken van keuzes bij de overgang naar hernieuwbare vormen van energie. Het leert ons ook dat we daarbij maar één kans hebben om de juiste keuze te maken. Zie ook biofysische economische theorie.
Veel meer hierover in het betreffende artikel en in dat van Alpha Lo.