Bij de kosten en baten van gewone en recyclebare zonnepanelen zijn de volgende zaken van belang. Voor de duurdere Solarge-panelen is de terugverdientijd voor een complete installatie op een dak nu 7 à 8 jaar. (Dus voor Chinese panelen zal flink het korter zijn.) Maar veel hangt natuurlijk af van de situatie. Voor een makkelijk installeerbare zonneweide zal de vergelijkbare terugverdientijd 4 à 5 jaar zijn.

In de berekening telt natuurlijk de complete installatie, inclusief de omvormer(s) (die gedurende de levensduur van de panelen minstens een keer vervangen moet worden). De kosten van de panelen zijn in het hele kostenplaatje meestal iets van een kwart of minder, waarbij de installatiekosten dus enorm uiteen kunnen lopen (zie onder).

Kijk je naar de terugverdientijd qua CO₂, dan zit een Solarge-paneel onder een jaar. Particulieren kunnen dit belangrijk vinden, bedrijven denken anders. Er heerst een soort bedrijfspsychologie. Bedrijven investeren het liefst in hun primaire productie, dus in de middelen waarmee ze produceren. Maar daarnaast zijn er secundaire investeringen in zaken als verlichting, zonnepanelen en parkeerplaatsen. Bedrijven hebben een aversie –of zo je wilt ‘blinde vlek’ – voor die secundaire investeringen. Een verlichtingsman vertelt dat een bedrijf dat de verlichting bínnen een jaar zou terugverdienen, er toch van afzag. Ondernemers zijn niet per definitie rationeel!

Dan is er nog die levensduur. Glas degradeert niet, dus die 30 jaar die de producent belooft zal waarschijnlijk wel gehaald worden (met een geleidelijke daling van de opbrengst naar 90 en dan naar 80 procent, enzovoort). De kunststofpanelen van Solarge gaan in ons land zeker 25 jaar mee; in Zuid-Europa is het eerder 20-22 jaar. Maar de degradatie die bij kunststof eerst heel langzaam gaat, versnelt op een gegeven moment. Als het zover is, is herinvestering veel voordeliger. Dat vergt enige uitleg, maar eerst nog iets over de maat van panelen.

Oude panelen op het dak vervangen door nieuwe is relatief goedkoop als de nieuwe panelen dezelfde maat hebben als de oude. De installateur klimt naar boven, schroeft de oude panelen eraf, zet de nieuwe ervoor in de plaats – klaar. Maar bij een nieuwe vorm of ander formaat begin je op het dak in feite overnieuw. En dat is een trend. De cellen worden steeds groter en omdat je steeds 72 cellen gebruikt, wordt het paneel groter. Met als gevolg dat een glazen paneel niet meer door één persoon te tillen is en de discussie ontbrandt om ze misschien met minder cellen te maken. Voor de woningbouw is kleiner ook beter voor de vlakvulling. Voor een veld breng je de grote panelen natuurlijk met een tractor tot de plaats waar ze komen te liggen en zijn grote juist geschikt.

Als de opbrengst van panelen gedurende de komende vijftien jaar jaarlijks met 2,5 à 3 procent stijgt, wordt een paneel van 500 Wp ten slotte 750 Wp. Als de productiekosten tegelijk met eenzelfde tempo dalen, krijg je met die combinatie over 15 jaar de dubbele opbrengst voor de prijs van nu. Dan loont het om oude panelen door nieuwe te vervangen – dus terwijl die oude panelen nog goed, maar financieel gezien niet optimaal functioneren. Vergelijk dit met je mobiele telefoon; die heb je vast ook vernieuwd terwijl de oude het nog deed.

Om het hele plaatje te zien moet je bedenken dat de overige kosten (omvormers, kabels, installatie, enzovoort) grotendeels in prijs mee halveren. In prijs uitgedrukt zou het ongeveer zo kunnen zijn: Een standaardpaneel kost nu (in reële termen) 20 cent per Wp en verder kost de hele installatie aan arbeid 20 cent, aan materiaal 20 cent en aan overige kosten 10 cent. In totaal zal de installatie nu dus 20 plus 50 = 70 cent per Wp kosten. Nu spoelen we door in de tijd. Een paneel kost dan 10 cent per Wp en verder aan arbeid 10 cent (bij vervanging van panelen met dezelfde maat), aan materiaal 10 cent en de overige kosten houden we op 10 cent – in totaal dus 10 plus 30 = 40 cent kosten per Wp. Het is dus 70 cent tegenover 40 cent.

De logica is nu: ik heb veel meer opbrengst van mijn dak met een gunstiger vervanging van de CO₂-uitstoot. Ik zou commercieel dus kunnen vervangen. Dat werkt als principe als de oude panelen gerecycled kunnen worden. Zo ga je ineens over de economische levensduur praten en niet meer over de technische levensduur. De Chinezen zetten zwaar in op de verlenging van die technische levensduur omdat hun panelen nauwelijks te recyclen zijn. Je krijgt aldus twee modellen die tegenover elkaar staan: een opbrengst van al terugverdiende oude panelen die voor nog minstens 10 jaar de helft is van de opbrengst van de nieuwe panelen, die je dan weer in 4 in plaats van 7 jaar terugverdient en die ook weer 15 jaar loopt (om dan opnieuw vervangen te worden – op voorwaarde dat de halvering doorzet en er geen maatschappelijk verval plaatsvindt). Dit is een keuze die alleen zinvol is met recyclebare panelen zoals die van Solarge.