Vroeger had Nederland een dienst die de landbouwsector voorlichtte, maar die is allang opgeheven. In feite heeft de industrie die rol overgenomen. Zij sturen hun vertegenwoordigers langs de boeren, en die fungeren voor hen als informatiebron. De boeren denken: de middelen zijn door de overheid goedgekeurd, dus kunnen wij ze gebruiken. Maar dan moeten zij zich nog altijd aan de regels houden.
Die regels voor ‘geïntegreerde gewasbescherming’ zeggen dat er altijd eerst met mechanische middelen gewerkt moet worden, dus bijvoorbeeld eerst schoffelen of afbranden. Helpt dat niet dan zijn biologische middelen aan de beurt. En pas daarna komen de chemische bestrijdingsmiddelen. De regels vertellen dan de boer wat er voor elk gewas mag, in welke hoeveelheden en wanneer, en ook de omstandigheden tellen mee: droogte, wind en dergelijke. Hoe subtiel dit ligt en wat de boeren in de praktijk doen leest u in aflevering 37 en in aflevering 40 van het artikel ‘Ontwrichtend gif – de derde mondiale crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook Meten=Weten.