De snelheid waarmee een ecosysteem chemische energie uit zonlicht kan maken noemt men de productiviteit van het ecosysteem. Daarnaast verstaan we onder primaire productie de totale hoeveelheid energie die door planten in een bepaalde tijd wordt opgeslagen. Om te leven moet de plant zelf over energie kunnen beschikken. Ze gebruikt daarvoor een deel van haar eigen organisch materiaal. Een plant maakt meer energie in de vorm van organisch materiaal dan voor haar eigen levensprocessen nodig is. De hoeveelheid energie die na het gebruik voor haar eigen levensprocessen overblijft, heet de netto-primaire-productie. Alleen deze komt als voedsel ter beschikking van de dieren.
In aflevering 62 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ (serie 3) gaat het over de omvang van de netto-primaire-productiviteit van de land- en waterecosystemen (tabel 6). Hoe het stofwisselingsnetwerk georganiseerd is volgens een handvol simpele regels wordt besproken in aflevering 13 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. Zie ook biomassa en fotosynthese.
Duncan Brown schrijft in het eerste artikel ‘Planten en boeren, met hun drang’ in de rubriek Ecologie over de rol van de bodem met de ontbinding van dood weefsel tegenover de vorming van levend weefsel door planten. Hij introduceert daarbij de begrippen anabolische en catabolische reacties, waarbij de verhouding tussen de bruto fotosynthese en de bruto ademhaling het stadium van successie weerspiegelt (aflevering 25). In aflevering 28 en 29 gaat het dan nog over de rol van dierlijke uitwerpselen, waarbij wat het dier eet en uitscheidt (in de natuur) aan elkaar gelijk zijn. Humusvorming gebeurt in het kader van het bodemvoedselweb. Het lang over het hoofd geziene bodemvoedselweb is een zwaar onderschat onderdeel van het biologische leven. Het is het thema van aflevering 33-37 van hetzelfde artikel. In het tweede artikel van ‘Planten en boeren, met hun drang’ ligt de nadruk op het gedrag van de boeren. In aflevering 1 wordt vastgesteld dat landbouw het ecosysteem terugdringt naar een vroeg stadium van successie waarin de aangroei van biomassa hoog is. Maar dat valt niet vol te houden, lezen we in de rest van dit artikel.
Een vorm van primaire productie waar bijvoorbeeld George Monbiot aflevering 19 van het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit zijn hoop op vestigt is die door eencellige soorten: precisiefermentatie voor voedsel – het kweken van specifieke micro-organismen – kan eiwit genereren op een fractie van het landoppervlak, en met een fractie van het water- en kunstmestgebruik dat nodig is voor meercellige productie. Hij schrijft: In principe zou elke stad over haar eigen microbiële brouwerijen kunnen beschikken, die eiwitrijk voedsel produceren dat op de lokale vraag is afgestemd. Het zou de modulariteit van het wereldvoedselsysteem sterk bevorderen. Het zou ook ruimte scheppen voor herverwildering op grote schaal, wat helpt tegen de klimaatverandering.