Het eerste artikel van ‘Planten en boeren, met hun drang’ in de rubriek Ecologie behandelt het begrip successie in aflevering 15-29. Successie wordt meestal verhelderd aan de hand van wat er gebeurt met een kaal veld: eerst komen er ‘pionierplanten’ en dan volgen er opeenvolgend allerlei andere categorieën planten. Successie kan overigens ook de andere kant op gaan bij verslechterende omstandigheden.
Arjen Mulder geeft zo’n beschrijving voor ons duinlandschap vanaf de allereerste begroeiing aan de vloedlijn: biestarwegras, helm, enzovoort. (aflevering 15-17). Hij is van de groep ecologen die denkt dat dit een vrij strikte volgorde heeft, een idee dat de meesten losgelaten hebben. (Zie hierover voor Nederland ook bij Ecologische stromingen.) In onze duinen wordt de successie overigens bewust onderbroken om bijzondere soorten te behouden. Bij Mulder creëren soorten milieucondities.
Dit idee wordt weersproken door William Drury, die de nadruk legt op de verscheidenheid die er al is in milieucondities en de wisselingen door klimaat en toeval. Drury haalt eerst de invloed van Aristoteles aan op de ecologische begrippen van de vorige eeuw (aflevering 18), beschrijft de beperktheid van ons waarnemingsvermogen (aflevering 19) en geeft dan het voorbeeld van kwelders om zijn punt te maken (aflevering 20-21). Dan komt de begroeiing van het kale veld nog aan de orde, en daar zie je in de waarnemingen wat je volgens de theorie niet verwacht, zoals meerjarige planten die eenjarige voorafgaan (aflevering 22).
Duncan Brown komt hierover als derde ecoloog aan het woord. Hij heeft veel meer oog voor de systemische en energetische aspecten van successie (aflevering 23-25) en van de rol van de bodem met de ontbinding van dood weefsel tegenover de vorming van levend weefsel door planten. Hij introduceert daarbij de begrippen anabolische en catabolische reacties, waarbij de verhouding tussen de bruto fotosynthese en de bruto ademhaling het stadium van successie weerspiegelt (aflevering 25). Zie ook aflevering 1 van het tweede artikel over landbouw als bifurcatie. In aflevering 26 en 27 komen de biogeochemische cycli aan bod, zoals de stikstof-, de fosfor- en de koolstof/zuurstof/water(stof)kringloop, elk in diverse snelheden. In aflevering 28 en 29 gaat het over de rol van dierlijke uitwerpselen, waarbij wat het dier eet en uitscheidt (in de natuur) aan elkaar gelijk zijn. Het verteringskanaal van een dier werkt wel veel sneller dan welk ander natuurlijk proces ook en het werkt niet op stralingsenergie maar op chemische energie. De (moderne) veehouderij doorbreekt deze cyclus.
Hiermee eindigt het successie-gedeelte en richt de aandacht zich nog op de schimmels en het bodemvoedselweb. Zie ook Planten en boeren, het artikel in het kort.