Het internet zou een geheel nieuwe publieke ruimte scheppen. Open en democratisch. Maar het liep anders. Wat er dan wel gebeurde, beschrijft Jan Kuitenbrouwer. Hij gebruikt begrippen van Jürgen Habermas, zoals de kolonisatie van de ‘publieke sfeer’. Aflevering 14 en 15 van het artikel ‘Te laat – de hinder van kolossale barrières’ in de rubriek Ontwrichting doen daarvan verslag. Er kwam een datadictatuur (maar niet van de staat – al wel in China). De internetindustrie stelt zijn eigen wetten. In de gewone wereld is anonimiteit taboe, op internet is het normaal. Het is big business en big brother in één met vreselijke gevolgen, een nieuwe vorm van feodalisme.

De filosoof Hans Schnitzler wijst in aflevering 16 op een blinde vlek voor de diepere drijfveren van menselijk technologiegebruik. Als gemankeerde wezens moeten ‘techniekprothesen’ ons gemis aan natuurlijke kwaliteiten om te overleven, compenseren. We worden er tovenaarsleerlingen van.

Voorbeelden zoals hierboven, of de onvoorziene heerschappij van de auto met de brandstofmotor vinden we in het artikel van de Amerikaan Daniel Schmachtenberger ‘Technologie is niet waarde-neutraal’ in de rubriek Ethiek. Hij behandelt hoe we de heerschappij van nihilistisch ontwerp zouden kunnen beëindigen. Zijn remedie is een ‘axiologische’ ontwerpbenadering. Axiologisch ontwerp is de toepassing van waarde-oordelen op het ontwerp van technologie. Het focust zich niet op één aspect, maar vormt een algemeen ontwerpmodel dat zich richt op hoe technologie onlosmakelijk verbonden is met onze kijk op de wereld en onze activiteiten daarin. Zie ook axiologisch ontwerp.