Lees hiervoor eerst mondiale polycrisis, anno nu. In aflevering 12 van het artikel ‘De mondiale polycrisis’ in de rubriek Ontwrichting gaat het over het onderscheid tussen de spanningen en de triggers die zich binnen één enkel systeem voordoen. Spanningen zijn traag bewegende processen – breuklijnen, nieuwe contradicties en zich verdiepende kwetsbaarheden – die zich in de loop van de tijd in het systeem ophopen en de dempende terugkoppelingslussen aantasten die de toestand van het systeem bewaken. Denk aan ongelijkheid, schaarste en opwarming. Een trigger-gebeurtenis is juist een snel bewegend proces dat, in wisselwerking met de trager verlopende spanningen, een systeemtoestand uit zijn evenwicht duwt: opstanden en oorlog, of prijspieken. Een trigger vermenigvuldigt de impact van de onderliggende spanningen.

In een polycrisis kan een crisis in het ene systeem ook terugslaan op zowel de spanningen als de triggers in andere systemen. Dan kan een gemeenschappelijke spanning de veerkracht van meerdere systemen aantasten. Of een crisis in één systeem kan een trigger-gebeurtenis ontketenen die een ander systeem in een crisissituatie duwt. Al is volledig inzicht onmogelijk, in een basismodel kunnen de spanningen, triggers en crises en hun interacties toch wel min of meer in kaart gebracht worden. De auteurs geven een grafische weergave voor crisis-interacties in aflevering 15 en in aflevering 16.

Er is vervolgens sprake van gemeenschappelijke spanningen en systemische synchronisatie (aflevering 17), met een opsomming van de belangrijkste ervan. Er is sprake van domino-effecten tussen mondiale systemen (aflevering 18), met een behandeling van panarchie, een begrip dat veel uitgebreider besproken wordt in het artikel ‘Panarchie’ in de rubriek Ecologie. Intersystemische terugkoppelingen zijn het thema van aflevering 20. Het wordt allemaal weer grafisch weergegeven in aflevering 21. Deze op de domino-effecten en de op intersystemische terugkoppelingslussen gerichte benadering vullen elkaar aan, en tezamen maken ze een op de netwerkanalyse gebaseerde benadering van crises mogelijk. Ze helpen onderzoekers bij het identificeren van die knooppunten (spanningen, triggers of crises) die het invloedrijkst zijn (dat wil zeggen, die veel andere knooppunten in het netwerk beïnvloeden) of het kwetsbaarst (dat wil zeggen, die het meest beïnvloed worden door andere knooppunten). Op deze manier plaatsen de auteurs het polycrisis-concept in het centrum van een urgent nieuw onderzoeksprogramma.

In het algemeen levert dit drie brede beleidsimplicaties op (aflevering 23 en 24).

Het is zaak om je te niet te focussen op geïsoleerde crises, maar op de interacties tussen die crises. Het is ook zaak om je op de systeemarchitectuur te richten, niet op losse gebeurtenissen, wat in de praktijk betekent dat je beleidsdiversiteit, experimenten en overtolligheid moet aanmoedigen. Tenslotte is het zaak interventiepunten met een grote hefboomwerking te benutten. Met de juiste keuze kan een relatief geringe actie een aanzienlijk effect sorteren, mits deze is toegesneden op de kenmerken van het systeem.