Ook al produceert een land net zoveel voedsel als zijn inwoners eten, dan nog is het door zijn handelsrelaties – maar ook door zijn financiële banden met de rest van de wereld – niet immuun voor wereldwijde schokken. Is zelfvoorzienendheid een oplossing? Lees hierover is aflevering 9 van het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit. Een artikel in Nature Food zocht uit hoeveel mensen ter wereld gevoed kunnen worden met basisgewassen die binnen 100 kilometer van hun woonplaats worden verbouwd. Voor tarwe, rijst, gerst, rogge, bonen, gierst en sorghum is dat slechts een kwart van de wereldbevolking en bij maïs en cassave is dat 16 procent. De gemiddelde minimumafstand waarbij de hele wereldbevolking kan worden gevoed bedraagt zelfs 2.200 kilometer en voor tarwe en soortgelijke granen is dat 3.800 kilometer. Een groot deel van het voedsel wordt nu eenmaal verbouwd in uitgestrekte, dun bevolkte gebieden – in Canada, Amerika, de Rusland, de Oekraïne en Brazilië. Of we het nu leuk vinden of niet, we zijn afhankelijk van het mondiale voedselsysteem en die afhankelijkheid zal wellicht eerder toe- dan afnemen. Zonder mondiale voedselzekerheid is er geen nationale voedselzekerheid. Zie ook veestapelcrisis.