In het artikel ‘De samenstelling van systemen’ wordt in aflevering 1 vastgesteld dat alle systemen de volgende kenmerken delen:

  • Inputs in de vorm van energie, materie en informatie.
  • Outputs zoals diverse soorten werk en afval, ook weer in de vorm van energie, materie en informatie, waarbij het verschil in tempo tussen inputs en outputs een vertraging kan geven.
  • Grenzen en afbakening, waarbij systemen zelf steeds onderdeel zijn van grotere systemen en ook kleinere omvatten, en waarbij de scheidslijnen tussen wat tot het systeem behoort en wat erbuiten valt soms onduidelijk zijn en altijd poreus.
  • Terugkoppelingen, positief en negatief, die ook wel versterkend en beperkend (of balancerend) genoemd worden.
  • Stromen vanuit en naar de omgeving (het milieu).
  • Fondsen/voorraden van voedingsstoffen en grondstoffen in allerlei vormen, die al dan niet weer aangevuld worden (door natuurlijke processen).
  • En dan is er nog emergentie, het verschijnsel van het tevoorschijn komen van systeemeigenschappen die niet zijn toe te schrijven aan een van de onderdelen van het systeem.

Het artikel ‘De samenstelling van systemen’ loopt ze stuk voort stuk langs. En in het artikel ‘De werking van systemen’ komt de wisselwerking ertussen aan de orde, met ook grafische voorstellingen daarvan. In beide artikelen komen nog verschillende andere systeemkenmerken aan de orde. Zie nu verder bij systeem en ontwikkeling.

George Monbiot schrijft in het begin van het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit welke kenmerken van een systeem er volgens hem toe bijdragen de stabiliteit te handhaven.

Het artikel ‘De mondiale polycrisis’ in de rubriek Complexiteit, waarin wordt dieper ingegaan op de kenmerken van systemen, noemt vijf cruciale eigenschappen: moeilijk aan te wijzen oorzaak-gevolgrelaties, kantelpunten als zelfdempende lussen veranderen in zelfversterkende lussen, onomkeerbare omslagpunten, grensoverschrijdende oorzaak-gevolgprocessen op meerdere tijdschalen en tenslotte zwarte zwanen. Dit is het onderwerp van aflevering 7.

Verder zijn er spanningen en triggers die een rol spelen bij intersystemische terugkoppelingen. Spanningen zijn traag bewegende processen – breuklijnen, nieuwe contradicties en zich verdiepende kwetsbaarheden – die zich in de loop van de tijd in het systeem ophopen en de dempende terugkoppelingslussen aantasten die de toestand van het systeem bewaken. Denk aan ongelijkheid, schaarste en opwarming. Een trigger-gebeurtenis is juist een snel bewegend proces dat, in wisselwerking met de trager verlopende spanningen, een systeemtoestand uit zijn evenwicht duwt: opstanden en oorlog, of prijspieken. Een trigger vermenigvuldigt de impact van de onderliggende spanningen. Dat kan leiden tot systemische synchronisatie (aflevering 17). Hier verwijzen de auteurs naar knooppunten in netwerken en panarchie.