De term ‘piekolie’ verwijst simpelweg naar het verschijnsel dat de oliewinning in elk veld, elke regio en elk land op zeker moment een piek bereikt en dan begint te dalen. Aangezien er een eindige hoeveelheid olie in de aardkorst zit, volgt hieruit dat deze piek vroeg of laat ook op mondiaal niveau zal plaatsvinden. Het piekolieconcept stelt niet dat de oliewinning plotseling stopt, het verwijst slechts naar een trend waarbij de stijging van de winning op zeker moment omslaat in een daling. Vindt deze omslag wereldwijd plaats, dan kan dat tot problemen leiden wanneer goedkope alternatieven om het huidige transport- en productiesysteem draaiende te houden nog onvoldoende tot ontwikkeling zijn gekomen. We hebben onze wereldgemeenschap tenslotte gegrondvest op blijvende en toenemende oliewinning. Zie behalve het hele artikel ‘Piekolie’ speciaal de samenvattende aflevering 25 ervan en ook het zesde artikel ‘De economie van de piekolie’. Zie ook klokkromme en olievoorraad. De verschillende manieren om aan de piek te rekenen, zoals Hubbert deed, staan in aflevering 5, 8 en 9-10 van het artikel ‘Piekolie’.

Misschien ligt de voornaamste relevantie van het onderwerp piekolie niet in het ‘opraken’ maar in het welslagen van die energietransitie. Want dit is de paradox: krimpt de olievoorziening op korte termijn, dan krimpt ook de kans op een snelle energietransitie. Daarbij komt ook het verschijnsel van de ‘energieval’ aan de orde. Lees hierover aflevering 3 en 4 van de inleiding bij de serie over energie ‘Waar ik het over heb als ik het over piekolie heb’.

De IEA en de EIA stellen dat de piek in de mondiale conventionele oliewinning plaatsvond rond 2006. Kurt Cobb stelt dat eigenlijk ook de gehele oliewinning (dus inclusief de onconventionele olie) toen piekte. Zie aflevering 13 en volgende van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. Het probleem is hier dat de statistieken die de oliewinning moet weergeven, ‘vervuild’ zijn. In aflevering 16 van het artikel ‘De economie van de piekolie’ is sprake van een piek voor alle fossiele brandstoffen samen voor 2025.

Is anno 2024 ‘piekolie’ nou een idee dat niet klopte, of is er toch iets aan de hand? En wat zijn de gevolgen? Dat is het thema van het artikel ‘Energie, piekolie en transitie’ in de rubriek Energie. Aan de orde komen onder andere hoe we weten hoeveel olie er nog in de grond zit (en van welke soort)? Welke informatiebronnen zijn betrouwbaar? De resterende voorraad blijkt – bij het huidige verbruik – slechts toereikend voor 25 jaar. En hiermee zijn we er nog niet. We moeten ook kijken naar het begrip ‘uiteindelijk winbare olie’ (‘ultimately recoverable oil’ of URR). De resultaten daarvan staan in de grafiek in aflevering 8. We zien dat de winning van de conventionele olie het toppunt al bereikt heeft en sinds 2005 op een soort plateau is blijven hangen. De technologie om de schalie-olie te winnen bracht respijt, maar we naderen nu ook het eind van deze bescheiden bonanza. De winning van onconventionele olie gaat ons niet uit de brand halen, want die is te duur.