Bij een vergelijking van de graanproductiviteit met de bevolkingsgroei blijkt dat er binnenkort geen veiligheidsmarge meer is (op basis van de opbrengst van de drie belangrijkste voedingsgewassen: tarwe, rijst en maïs). Zie bewijsstuk 21 van aflevering 21 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Niet alleen zwakt de groei van graanproductie af (aflevering 22) en is de groene revolutie uitgewerkt (bewijsstuk 23), het effect van erosie door stortregens en het enorme verlies aan humus zal desastreus zijn (en dit wordt nog niet goed onderkend). Zie bewijsstuk 25 en 26. Tellen we daar het effect van klimaatverandering nog bij, dan kan in 2040 de graanproductiviteit terug zijn op het niveau van 1980 (toen er zo’n 4 miljard mensen waren). Dit wordt weergegeven in bewijsstuk 27. Bewijsstuk 28 toont het gecombineerde effect van klimaatverandering en bodemerosie in de VS, met de historische en de geraamde graanopbrengsten voor de tarwe-, soja- en rijstproductie. En dan is de wedren tussen supergraan en superonkruid nog ongewis. En is het mogelijke gebrek aan fosfaat (of kalium) niet meegenomen (aflevering 29). En evenmin mogelijke klimaatvluchtelingen, oprakend water, dalende bodems, en wat niet al (aflevering 30). Zie ook hoosbuien, concurrentie, levensgemeenschap, fotosynthese, permacultuur en voedselketen.
Lees ook het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit. Daarin stelt Monbiot onder andere: Door de opkomst van een ‘mondiaal standaarddieet’ is ons voedsel op lokaal niveau diverser geworden, maar mondiaal is het andersom. Slechts vier gewassoorten – tarwe, rijst, maïs en sojabonen – nemen bijna 6o procent van alle calorieën voor hun rekening. Amper vier landen zijn verantwoordelijk voor 76 procent van de maïs die naar andere landen geëxporteerd wordt, vijf landen voor 77 procent van de rijst, vijf andere voor 65 procent van alle tarwe, en slechts drie landen verbouwen 86 procent van de sojabonen (die weer dienen voor driekwart van al het veevoer ter wereld). Grofweg 40 procent van de wereldbevolking is nu afhankelijk van voedsel uit andere landen, en de wereldwijde import van granen zal tegen 2050 waarschijnlijk nog eens verdubbelen. Landen vallen in toenemende mate uiteen in super-importeurs en super-exporteurs. En dat zorgt voor kwetsbaarheid.
Een aanwijzing dat een complex systeem een kantelpunt nadert, is dat het begint te ‘flikkeren’. Met andere woorden, zijn gedrag wordt volatieler: kleine, willekeurige veranderingen die een systeem voorheen probleemloos zou hebben geabsorbeerd, worden nu versterkt tot steeds grotere schokken. En ‘flikkeren’ is wat het wereldwijde voedselsysteem nu lijkt te doen. Zie hierover in Ecopedia hongerkloof, marktmacht destabiliseert het systeem en hongerkloof, klimaatverandering en irrigatie.