Komt het al veelvuldig aangekondigde moment van piekolie er nu echt aan? Daarover schreven Jean Laherrère, Charles A.S. Hall en Roger Bentley een artikel waarvan de kern is opgenomen in het artikel ‘Energie, piekolie en transitie’ in de rubriek Energie. In drie grafieken worden: de wereldwijde bewezen reserves uit diverse bronnen; de vondsten van ruwe olie en de winning van 1900-2020; en de oliereserves die nog over zijn op basis van politiek-financiële bronnen vergeleken met technische bronnen. De boodschap van de groene lijn in de grafiek in aflevering 7 over het laatste is feitelijk dramatisch. De politiek gaat uit van een totale wereldreserve van ruim 1.700 Gb, maar die moet volgens de drie auteurs bijgesteld worden naar zo’n 750 Gb. Deze resterende voorraad is – bij het huidige verbruik – slechts toereikend voor 25 jaar. Het oppompen kan nu nog prima lijken te gaan, terwijl we toch dicht tegen een limiet aan de aanbodzijde aanzitten. Maar hiermee zijn we er nog niet. We moeten ook kijken naar het begrip ‘uiteindelijk winbare olie’ (‘ultimately recoverable oil’ of URR), vanwege de vondst van nieuwe olievelden; extra onconventionele oliewinning; en betere technologie en een hogere olieprijs die nieuwe klassen olie winbaar maakt. De resultaten daarvan staan in de grafiek in aflevering 8. We zien dat de winning van de conventionele olie het toppunt al bereikt heeft en sinds 2005 op een soort plateau is blijven hangen. De technologie om de schalie-olie te winnen bracht respijt, maar we naderen nu ook het eind van deze bescheiden bonanza. De winning van onconventionele olie gaat ons niet uit de brand halen, want die is te duur. Dit perspectief wordt verder uitgewerkt in aflevering 9, ook wat betreft de gevolgen voor de klimaatverandering.
Ondanks de duurzaamheidsrevolutie blijft de oliewinning op een hoog peil. Hoe kan dat en kloppen die cijfers wel? Dat is het onderwerp van aflevering 10. Doen wat echt nodig is – én een snelle transitie én het gereglementeerd afschalen van fossiele brandstoffen – leidt tot economische trammelant. Dat roept weerstand op. De hoge cijfers komen van de definitie van olie waarin allerlei minder gunstige substanties worden meegeteld: 30 procent is petroleumcondensaat, aardgascondensaat, biobrandstoffen en raffinage-proceswinsten. Die hebben een energiedichtheid van slechts 67 procent van conventionele olie en ook de energiedichtheid van ‘nieuwe’ olie is doorgaans lager is dan de Ghawar-olie, omdat die van grotere dieptes in de aardkorst komt waar de koolstofketens korter zijn. Dit levert minder diesel op, de brandstof waar de economie op draait (aflevering 11).