Op de wereldvoedselmarkt nemen de bedrijven van de grootste spelers almaar verder in omvang toe. (Lees erover in aflevering 5 van het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit.) Ze schakelen hun kleinere concurrenten uit, of het nu om zaden, machines of chemicaliën gaat, of om de handel in en verwerking van landbouwproducten. Marktmacht vertaalt zich in politieke macht: de bedrijven gebruiken hun rijkdom om bij regeringen te lobbyen en handelsverdragen vorm te geven. Ze verwerven uitgebreide intellectuele eigendomsrechten (ze patenteren zaden en rassen, maar ook chemicaliën en machines). Hun groei berust op het afbreken van ‘brandschotten’, van reservesystemen, van de modulariteit en van het stroomlijnen van een systeem, waarvan de belangrijkste knooppunten nu al te groot en de verbindingen nu al te sterk zijn. (Zie ‘Hongerkloof, uitleg complexe systemen’ in Ecopedia.) Het is een zichzelf versnellende cyclus die het systeem onverbiddelijk destabiliseert. Vergelijk dit ook met de gang van zaken in het financieel systeem, zoals beschreven wordt in het artikel ‘Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Complexiteit.
Hoe staat het ervoor? Vier bedrijven beheersen naar schatting 90 procent van de wereldwijde graanhandel. Ze versterken hun marktmacht zowel verticaal als horizontaal door zaad-, meststof-, verwerkings-, verpakkings-, distributie- en detailhandelsbedrijven op te kopen. Nog eens vier bedrijven beheersen 66 procent van de wereldwijde markt voor landbouwchemicaliën. Drie bedrijven verkopen bijna de helft van alle landbouwmachines ter wereld. Nog eens vier ondernemingen beheersen 99 procent van de wereldwijde markt voor het fokken van kippen, en twee leveren bijna alle eenden. Vier bedrijven runnen 75 procent van alle abattoirs en verpakkingsfabrieken voor rundvlees ter wereld; vier andere conglomeraten beheersen 70 procent van de varkensabattoirs. Supermarkten domineren en controleren de telers die aan hen verkopen. Fastfoodketens verdringen onafhankelijke restaurants.
Wanneer boeren een combipakket van zaaigoed en bestrijdingsmiddelen van deze conglomeraten afnemen, kopen ze in feite een reeks beslissingen over hoe ze zullen boeren. De wereldwijde standaardisering van het boerenbedrijf schrijdt elk jaar verder voort. Bedrijven stappen mondiaal over op ‘just in time’-logistiek. De wereld is van fondsen naar stromen overgestapt. In wezen bevindt de wereldvoedselvoorraad zich nu op zee. Zo kunnen de schappen snel leeg raken. Ook raakt de voedingsindustrie steeds nauwer verknoopt met de financiële sector, wat de wereld kwetsbaar maakt voor ketenfalen. Hyperverbindingen geven hyperrisico’s.
Tot 2014 daalde het aantal mensen met chronische honger gestaag. Maar vanaf 2015 keerde deze trend om. Deze ommekeer begon dus lang voor de coronapandemie of de Russische invasie in Oekraïne. En de oorzaak ligt niet in een tekort aan voedsel. De nieuwe honger lijkt te worden veroorzaakt door de instabiliteit van het systeem. Lees erover is aflevering 7 en 8 van het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit.
De impact van kleine schokken in een paar regio’s wordt door voedselhandelaren uitvergroot, zodat die schokken door het hele wereldwijde voedselsysteem uitwaaieren. Grote voedselproducerende landen raken vervolgens in paniek en beperken hun export. De schokgolf rolt door het netwerk en neemt gaandeweg aan kracht toe. Schokken veroorzaakt door speculatieve pieken, verstoringen van toeleveringsketen, exportverboden, knelpunten, milieucrises en andere systemische problemen troffen de rijke landen tot 2020 nauwelijks en hadden weinig invloed op de wereldwijde voedselprijs. Wel veroorzaakten ze een ravage in arme landen met een zwakke munt, die aan het eind van de rij staan. Plaatselijk kunnen prijzen de pan uit rijzen, zelfs als die wereldwijd laag blijven. Toch moeten ook wij ons zorgen maken. Rijke landen worden misschien later getroffen door een verlies aan veerkracht van het systeem dan arme landen. Maar uiteindelijk worden ook zij getroffen. Dit is geen zaak die landen apart aan kunnen. Regeringen moeten daarom samenwerken om het systeem weer veerkrachtig te maken. Zie ook voedselnationalisme is onhaalbaar geworden en veestapelcrisis.