René Didde schetst in aflevering 10 en volgende van het tweede artikel ‘Planten en boeren, met hun drang’ in de rubriek Ecologie een wenkend perspectief voor onze in moeilijkheden zittende landbouw: Koop in de gebieden met de grootste stikstofproblemen bij natuurgebieden de boeren niet uit, maar verleid ze om op hun laagste landbouwpercelen nieuwe bedrijfsvormen te starten. Breng daar het waterpeil juist omhoog en geef de boer een structurele vergoeding voor deze waterberging. Voorts schakelt de boer op de aangrenzende drassige gronden over op teelten als olifantsgras, lisdodde, vlas en hennep, als bouwmaterialen. De hele geplande 900.000 nieuwe woningen groeien als het ware in de wei. De op veel fossiele energie draaiende Rockwoolfabriek, tevens groot stikstofpiekbelaster, kan dicht. Het hogere waterpeil vermindert ook de inklinking en de oxidatie van veen. De boer int dus ook geld voor kooldioxidecertificaten. Dat zijn drie hoofdpijndossiers tegelijk: stikstof, waterberging/droogtebestrijding en natte teelt voor bouwmateriaal.
Aflevering 11 beschrijft vervolgens de ervaringen van vader en zoon Ensink met het telen van olifantsgras, dat dient als bio-based bouwmateriaal. Het duurt drie jaar voor het eerste olifantsgras geoogst kan worden, dus er is sprake van een voorinvestering. En nu wil de conservatieve bouwwereld er (nog) niet aan. De overheid probeert een overgang te stimuleren.
In Friesland gaat Bouwgroep Dijkstra Draisma (BGDD) voor lisdodde als isolatiemateriaal (aflevering 12). Zij voeren uit wat René Didde voorstelt. En terecht: De stengel van de lisdodde bevat namelijk luchtkamers die sterk isolerend werken. ‘We schrokken van de isolatiewaarde, zo hoog is die. … Telen we op 800 hectare lisdodde, dan kunnen we 8.000 woningen per jaar isoleren. Meer dan genoeg voor Friesland. … De eerste 20 ton hebben we geoogst.’ Zie ook planten en boeren, het artikel in het kort.