Wij worden gevoed door een systeem van eenjarige landbouw. Het is zaaien en oogsten, met perioden van blootliggende aarde. We moesten ecosystemen verwoesten om er tarwe te planten, of rijst, of maïs, of soja, of erwten. Deze eenjarige landbouw is kwetsbaar. De vruchtbare toplaag van de aarde gaat teloor. Dat zorgt voor een steeds slechtere kwaliteit voeding voor een bevolking die leeft in een steeds complexere maatschappij. Het leven op aarde moet beginnen aan de ommekeer. Eenjarige onkruiden, wat we nu gewassen noemen, maken dan plaats voor meerjarige grassen. Zij worden straks begraasd door een menigte aan levensvormen. Zonminnende struiken en noten- en fruitdragende bomen komen met miljoenen tegelijk op. Klimmende en rankende planten met trossen fruit hijsen zich aan de jonge boompjes omhoog om vrucht te dragen. Successie is niet te stoppen. Een kaal stuk grond wordt gekoloniseerd door snelgroeiende eenjarigen. Die maken stapsgewijs plaats voor tweejarige planten en meerjarige grassen. Die worden op hún beurt vervangen door stugge, houtige meerjarigen. En die weer door zonminnende pioniersoorten van bomen en heesters. Deze kunnen voor hun water en voedingsstoffen concurreren met wat er dan staat. Ook deze pioniers ruimen weer het veld. Ze worden vervangen door zonminnende spelers uit de ‘midden-successie’. Daarna volgt er een onderbegroeiing en vervanging met schaduwtolerante bomen en heesters. Herstellende landbouw volgt deze stappen. Het is permacultuur. De boer bouwt aan een ecosysteem van meerjarige planten, struiken en bomen die vrucht dragen, geschikt voor menselijke consumptie. Zaaien en oogsten wordt daarbij iets uit het verleden. Het is een samenspel dat een grote oogst kan geven, zij het met een ander menu. Tegen de productiviteit van de natuur kan geen gangbare boer op. Herstellende-landbouwsystemen produceren meer menselijk voedsel per hectare dan nu met eenjarige gewassen gebeurt. Permacultuur creëert de vruchtbare toplaag van de bodem, ze laat de biodiversiteit toenemen, ze zuivert het grondwater en het oppervlaktewater, ze voorkomt afstroming en erosie, ze kan bronnen doen terugkeren, ze biedt een habitat aan wilde bestuivers, ze kan het af met minder werk en middelen, ze haalt koolstof uit de atmosfeer, ze levert per hectare meer op dan het snel groeiende maïs (of wat dan ook) en je hoeft het geheel nooit meer opnieuw aan te planten. Het is permanente agricultuur.
Bovenstaande is ontleend aan Mark Shepard’s boek Herstellende landbouw.
Heel informatief is ook het boek Zaaien met toekomst geschreven door Charles en Perrine Hervé-Gruyer. Permacultuur is ook populair in de moestuin.
Zie verder aflevering 13-18 in het tweede artikel ‘Planten en boeren, met hun drang’ in de rubriek Ecologie over de zoektocht van Mark Shepard naar een voedselvoorzieningsmodel zonder de levensondersteunende ecosystemen van de planeet Aarde te verwoesten. Hij zocht naar inspiratiebronnen en kwam achtereenvolgens uit bij het werk van Henry David Thoreau met zijn beroemde boek Walden (aflevering 13), bij de Amerikaan J. Russell Smith met zijn boek Tree crops: A permanent agriculture (aflevering 14), bij de Japanner Masanobu Fukuoka met zijn boek The one-straw revolution. (aflevering 15) en bij de Australiër Bill Mollison, de bedenker van permacultuur (aflevering 16).
Van Thoreau beviel het Shepard niet dat hij zichzelf in de natuur niet voedsel kon voorzien zonder de omgeving te verwoesten. Russell Smith kwam met het lumineuze idee om bomen als kastanje, moerbei, valse christusdoorn, walnoot en pecannoot te telen als erosie op de loer ligt. Maar hij was Shepard niet radicaal genoeg want hij ‘wilde toch dat zijn havermout van een platte akker kwam’. Masanobu Fukuoka omhelsde de kennelijke willekeur van de natuur. Zijn doel was de ‘niets-doen’-landbouw te ontwikkelen. Daar maakte hij eerst flinke fouten bij maar hij bleef zijn hele leven experimenteren. Zijn systeem was ontzettend arbeidsintensief en kon wel met rijst maar niet met haver en tarwe, of bonen en maïs. Shepard zocht dus door.
Samen met David Holmgren werkte Bill Mollison een landbouwsysteem uit dat stoelt op drie éthische principes: zorg voor de aarde; zorg voor de mens; en een eerlijke verdeling van hulpbronnen die in een kringloop blijven. Alleen zulke landbouw kan leiden tot een permanente cultuur, oftewel een duurzame beschaving. Aflevering 16 beschrijft in het kort deze drie principes. In aflevering 17 wordt deze praktijk verder uitgewerkt: natuurlijke patronen observeren zoals bij de distributie van energie en materiaal, en de bodem sparen onder andere met inheemse kennis. Shepard schrijft ‘Voor mij was permacultuur precies dat: een samensmelting van natuur, traditie en wetenschappelijke kennis om een menselijke maatschappij te maken die ecologisch en sociaal deugt.’
Behalve drie ethische principes kent permacultuur ook twaalf ontwerpprincipes. Deze komen aan bod in aflevering 18 (de eerste vier), aflevering 19 (principes 5-9) en aflevering 20 (de laatste drie).
Wat het voor Mark Shepard betekent wordt nog eens samengevat in aflevering 21 en wel nu hij zelf een praktiserend boer is. Hij getuigt er natuurlijk ook van in zijn boek Herstellende landbouw. Zie ook regeneratieve landbouw en planten en boeren, het artikel in het kort.