In het artikel ‘De samenstelling van systemen’ wordt in aflevering 1 vastgesteld dat alle systemen de volgende kenmerken delen:
- Inputs in de vorm van energie, materie en informatie.
- Outputs zoals diverse soorten werk en afval, ook weer in de vorm van energie, materie en informatie, waarbij het verschil in tempo tussen inputs en outputs een vertraging kan geven.
- Grenzen en afbakening, waarbij systemen zelf steeds onderdeel zijn van grotere systemen en ook kleinere omvatten, en waarbij de scheidslijnen tussen wat tot het systeem behoort en wat erbuiten valt soms onduidelijk zijn en altijd poreus.
- Terugkoppelingen, positief en negatief, die ook wel versterkend en beperkend (of balancerend) genoemd worden.
- Stromen vanuit en naar de omgeving (het milieu).
- Fondsen/voorraden van voedingsstoffen en grondstoffen in allerlei vormen, die al dan niet weer aangevuld worden (door natuurlijke processen).
- En dan is er nog emergentie, het verschijnsel van het tevoorschijn komen van systeemeigenschappen die niet zijn toe te schrijven aan een van de onderdelen van het systeem.
Het artikel ‘De samenstelling van systemen’ loopt ze stuk voort stuk langs. En in het artikel ‘De werking van systemen’ komt de wisselwerking ertussen aan de orde, met ook grafische voorstellingen daarvan. In beide artikelen komen nog verschillende andere systeemkenmerken aan de orde. Zie nu verder bij systeem en ontwikkeling.
In het artikel ‘De hongerkloof’ in de rubriek Complexiteit worden door George Monbiot nog de volgende kenmerken genoemd: Wetenschappers stellen complexe systemen voor als netwerken van knooppunten en verbindingen, als in een ouderwets visnet. Gedragen de knooppunten zich op uiteenlopende manieren en zijn hun onderlinge verbindingen zwak, dan is de kans groot dat het systeem veerkrachtig is. Gedragen de knooppunten zich op vergelijkbare manieren en zijn ze nauw met elkaar verbonden, dan is het systeem waarschijnlijk broos. Dan is er nog ‘modulariteit’: in welke mate is het systeem in compartimenten opgedeeld? Zijn er ‘brandschotten’ die de uitwaaiering tegenhouden? En is er een back-up of reservesysteem dat volgens geheel andere principes functioneert? Is er verder voldoende overtolligheid (reservecapaciteit) in het systeem als schokdemper? Dat hebben complexe systemen nodig. Het wereldwijde voedselsysteem – dat wil zeggen de manieren waarop we ons voedsel verbouwen, verhandelen, verwerken, verpakken, distribueren, kopen en opeten – heeft alle kenmerken van een complex systeem. En de zes elementen van systemische veerkracht boeten snel aan kracht in. Het gaat om diversiteit, asynchroniteit, overtolligheid, modulariteit, brandschotten, en back-up systemen.
Ook in het artikel ‘De mondiale polycrisis’ in de rubriek Ontwrichting komen systeemkenmerken ter sprake. Zo staan niet de onderdelen centraal, maar de interacties tussen de onderdelen. Dit artikel noemt naast de input van energie, materie en informatie ook die van biota, vier vectoren die een crisis binnen en tussen systemen, en van het ene deel van de wereld naar het andere, kunnen overdragen – en zo aanzienlijke schade kunnen toebrengen. Hoe dat zit lees je in aflevering 6.
Verder wordt hier onderscheid gemaakt tussen de spanningen en de triggers die zich binnen één enkel systeem voordoen. Hierover gaat het in aflevering 12. Spanningen zijn traag bewegende processen – breuklijnen, nieuwe contradicties en zich verdiepende kwetsbaarheden – die zich in de loop van de tijd in het systeem ophopen en de dempende terugkoppelingslussen aantasten die de toestand van het systeem bewaken. Denk aan ongelijkheid, schaarste en opwarming. Een trigger-gebeurtenis is juist een snel bewegend proces dat, in wisselwerking met de trager verlopende spanningen, een systeemtoestand uit zijn evenwicht duwt: opstanden en oorlog, of prijspieken. Een trigger vermenigvuldigt de impact van de onderliggende spanningen.
In een polycrisis kan een crisis in het ene systeem ook terugslaan op zowel de spanningen als de triggers in andere systemen. Dan kan een gemeenschappelijke spanning de veerkracht van meerdere systemen aantasten. Of een crisis in één systeem kan een trigger-gebeurtenis ontketenen die een ander systeem in een crisissituatie duwt.
Er wordt ten slotte verwezen naar de cycli van de panarchie.