Om plastic zacht en buigzaam te krijgen, voegen fabrikanten weekmakers toe. Weekmakers worden ook wel ftalaten genoemd. Vaak bestaat wel vijftig procent van het plastic uit weekmakers, en die ontsnappen graag. Weekmakers zitten bijna overal in: van speelgoed tot behang en infuuszakken. De link tussen weekmakers en ziektes is al even divers. Ze worden in verband gebracht met voortplantingsproblemen, maar ook met ADHD. Ze zouden een hormoonverstorende werking hebben en de taalontwikkeling van kinderen kunnen vertragen als de moeder besmet was. Lees hierover meer in aflevering 10 en 11 van het artikel ‘Ontwrichtend gif – de derde mondiale crisis’ in de rubriek Ontwrichting.
‘Je kunt het zo gek niet bedenken of er zitten weekmakers in’, zegt neurotoxicoloog Remco Westerink van de Universiteit Utrecht. ‘Doordat ze in zoveel producten zitten, belanden ze in rivieren, in de grond en in de lucht. Hierdoor vind je veel weekmakers in vet voedsel als vis, zuivel en vlees.’ Een andere belangrijke bron is huisstof.’ Toxicoloog Majorie van Duursen (VU) vult aan: ‘Mensen zijn zich er onvoldoende van bewust met hoeveel ftalaten ze in aanraking komen. Het is schrikbarend wat je in urine, bloed en bijvoorbeeld vruchtwater tegenkomt. Tegelijkertijd is het onmogelijk weekmakers te vermijden. Die verantwoordelijkheid kun je niet bij de consument leggen.’ Maar de overheid is laks en de bedrijven vinden weekmakers een handige oplossing voor een probleem.
Zie voor wat er in het artikel allemaal nog meer aan de orde komt gif, inhoud van Ontwrichtend gif.